Blogs

We moeten nog lezen

Zomaar kan het aan het einde van de maaltijd klinken, in de momenten dat ieder zich in gedachten of woorden al richt op de taken die wachten: ‘We moeten nog lezen.’ ‘Ja, goed dat je het zegt’… en de Bijbel wordt gepakt. Zeker, de vaste gang van de geopende Bijbel is een gezegende traditie. Naoorlogs Nederland is erbij opgegroeid. In die schakel van de geloofsoverdracht ging er overigens ook veel mis. Zo las de ex-gereformeerde romanschrijver Jan Wolkers in het begin van deze eeuw in het Amsterdamse Concertgebouw verhalen voor. Een van die verhalen ging over hoe zijn vader vroeger thuis uit de Bijbel las tijdens de maaltijd. Het was een uiterst respectvol getuigenis over zijn vader en over de Bijbel. Maar, bij Wolkers viel het zaad van het Evangelie niet in goede aarde.

We moeten nog lezen… Komt dat woordje ‘moeten’ in de Bijbel zelf wel voor? Já, nadrukkelijk wel. Op mij maakt het altijd weer indruk, omdat het dan gaat over wat Jezus moest: ‘Wist u niet dat Ik moest zijn in de dingen van Mijn Vader?’ (Lukas 2), ‘Hij moest door Samaria gaan’ (Johannes 4), ‘Hij begon hun te onderwijzen dat de Zoon des mensen veel moest lijden’ (Markus 8) en ‘Hem moet de hemel ontvangen’. (Handelingen 3). Al dit ‘moeten’ staat op een ander niveau dan de plichten van ons mensen, het ‘moeten’ van Jezus is de uitvoering van het Gods plan, het doen van de wil van Zijn hemelse Vader. Als Hij niet volkomen gehoorzaam geweest was aan wat Hij moest, zou het heil voor de wereld in rook opgegaan zijn, in de mist verzonken. Zonder houvast was dan mijn leven, zonder troost, perspectief.

Die volkomen gehoorzaamheid, die opofferende liefde van de Heere Jezus maakt mijn hart stil voor Hem, als de Heilige Geest de overgave realiseert. Hem wil ik liefhebben, omdat Zijn liefde eerst was. Hem wil ik dienen, Zijn geboden in acht nemen. Om die reden is de Bijbel, Zijn liefdesbrief, een kostbaar geschenk. Sinds de herziene Statenvertaling verscheen, raken de woorden me vaak nog directer, ook dat mag gezegd.
Geen dag gaat er voorbij waarop ik denk: ‘Mijn vrouw moet ik nog liefhebben, aandacht geven, opbiechten wat ik gedaan heb.’ Spontaan gebeurt dat op elk moment dat we elkaar ontmoeten, zien; het meest aan de maaltijd. Zo is het in de relatie met Jezus ook. ‘We moeten nog lezen.’ Nee, die woordkeus past niet bij de band met de liefde, waarin je meer van de ander horen wilt.

Piet Vergunst
algemeen secretaris Gereformeerde Bond, hoofdredacteur De Waarheidsvriend

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *