Blogs

Kanon of canon

De Bijbel is een inspiratiebron, een grote schat van cultuur en een boek vol levenslessen. Zo wordt de Bijbel terecht aangeprezen bij een breed publiek. Nu is er wel meer ‘klassieke literatuur’ die je zo zou kunnen beschrijven. Toch komen de Schriftlezingen in kerkdiensten niet uit de Ilias of De broers Karamazov. Er is maar één ‘boek’ dat in iedere kerkdienst een centrale plaats krijgt. Hoe komt de Kerk erbij om zich zo exclusief door de Bijbel als gezaghebbende norm te (willen) laten bepalen?

Kanon of canon
Een markante leraar in de klassieke talen op mijn middelbare school was ook remonstrants predikant geweest. Deze taalliefhebber maakte de klas af en toe deelgenoot van een zinnetje dat bleef haken. Eén daarvan was: “de Bijbel is een cánon, geen kanón.”

Een kanon is een wapen: zo’n gigantisch gevaarte waar vroeger een kogel mee afgevuurd werd door middel van buskruit. Er zijn ook moderne versies van kanonnen. De hoofdbewapening van een tank is het kanon. Je kunt ermee paraderen, een vijand imponeren, en flinke schade aanrichten. De Bijbel als kanon is een aardig beeld van de associaties die mensen kunnen hebben bij de canon als norm: uitsluiting en veroordeling. De Bijbel als een door mensen gecreëerd wapentuig om andere mensen eens flink mee te verketteren. De kerk zou dit kanon zelf naar believen hebben ontworpen.

Een canon is een selectie werken, gebeurtenissen, personen of zaken die als belangrijk, zelfs gezaghebbend worden erkend door een groep mensen. Denk aan de ‘canon van Nederland’ die het geschiedenisonderwijs zou moeten kleuren. Maar hier wil ik het hebben over de canon van de Bijbel. De Bijbel hoort voor veel Nederlanders waarschijnlijk nog wel tot de canon van cultuur.

Een rietstok
De woorden ‘kanon’ en ‘canon’ hebben beide hun wortels in het Latijnse canna, dat weer teruggaat op het Griekse kanna, dat ‘rietstok’ betekent. En laat het Griekse woord weer een Semitisch leenwoord zijn. Zo’n ‘rietje’ leverde talloze ideeën: een kaneel(pijpje), een rechte staaf waar je mee kunt meten (lineaal), of een maatstaf (bijv. Gal. 6:16), ook in figuurlijk gebruik (een ‘canon’). En dus ook een kanon: een holle buis waar je een kogel in stopt. De Bijbel is geen specerij of kanon, maar de canon van boeken (biblia) die gezaghebbend zijn voor christenen.

De Bijbel als canon
De eerste gelovigen die Jezus als Heer beleden, beschouwden de joodse Bijbel, of eigenlijk de Griekse vertaling daarvan, de Septuagint, als heilige Schrift. Ze wortelden in het jodendom en lazen deze Schriften met het oog op Jezus. Ondertussen circuleerden er ook nieuwe geschriften met getuigenissen over Jezus en het leven met Hem door de Heilige Geest. De boeken die uiteindelijk in de canon van het Nieuwe Testament terecht zijn gekomen, zijn ontstaan in een halve eeuw tijd: zo tussen 50 en 100 na Christus.

De Nieuwtestamenticus en Pauluskenner James Dunn schreef over de canonisering van het Nieuwe Testament dat het een misverstand is te denken dat zij zomaar als canon is ‘opgelegd’ in de 4e eeuw na Christus. Er waren verschillende geschriften die hun eerste lezers zo onder de indruk brachten als kerk-vormend en kerk-onderhoudend dat de ontvangers ze herlazen, overdachten, en breed lieten circuleren. Ze hadden een vormende, definiërende invloed vanaf het begin. Over sommige geschriften is wel behoorlijk wat discussie geweest, met name of ze wel apostolisch waren en daarmee betrouwbare getuigenissen aangaande Jezus (zoals de Openbaring van Johannes, de brief aan de Hebreeën en de brief van Jakobus). Tegelijkertijd bewaarde men niet alles wat geschreven is. Zo zijn niet al Paulus’ brieven bewaard. Het feit dat de Nieuwtestamentische geschriften bewaard werden is op zichzelf een getuigenis van de autoriteit die ze vanaf het begin hadden. De canon is niet zozeer afgekondigd, maar erkend. Kortom: de Nieuwtestamentische geschriften zijn als canoniek erkend in herkenning van hun gezag dat ze vanaf de eerste eeuw hadden en steeds bredere kringen kregen. Zo is het niet de Kerk die het evangelie en de opschriftstelling daarvan bepaalt: het evangelie en de getuigenissen daarvan bepalen de Kerk (zie James D.G. Dunn, Unity and Diversity, 2006, p. 419).

Oude en Nieuwe Testament
Christenen gingen de Septuagint het Oude Testament noemen. De nieuwe collectie werd het Nieuwe Testament, want daarin wordt getuigd van een nieuw verbond. Door Jezus had God het verbond met zijn volk hernieuwd. Wat de canon van het Oude Testament aangaat: daar zijn niet alle kerken het over eens. Het is onder andere van belang of je van de Hebreeuwse tekst of de Griekse vertaling daarvan moet uitgaan.

Toch is het opmerkelijk dat Westerse (protestantse en Rooms-katholieke kerken), oosters-orthodoxe en oriëntaals-orthodoxe kerken het er tegenwoordig nagenoeg over eens zijn dat de ‘norm’ van het Nieuwe Testament deze 27 boeken is. Alleen de Ethiopisch-orthodoxe kerk heeft nog 8 extra boeken in haar ‘bredere canon’.

En natuurlijk: het is waar dat veel kerken met een maatstaf in de maatstaf zelf werken: een canon in een canon. Dan ligt het gevaar op de loer dat de canon een kanon wordt. Maar allen zijn het erover eens dat de Schriften van Jezus Christus als openbaring van God getuigen. In dat opzicht is men het eens over de eenheid van de canon. De echte canon in de canon is Jezus Christus.

Canon en Kerk?
De Bijbel als canon van gezaghebbende boeken voor het christelijk geloof is dus (h)erkend. De Kerk is al eeuwen de leefgemeenschap en daarmee ook interpretatiegemeenschap rondom dit boek. Daar wordt geïnterpreteerd en spreken we niet langer van de Bijbel, een verzameling boeken, maar van de Heilige Schrift. Niet omdat dit boek als een kogel uit de hemel is komen vallen of omdat men op zoek was naar wapentuig tegen anderen, een norm om uit te sluiten. Deze canon is als gezaghebbende norm erkend, omdat ze als zodanig is ontstaan en onderscheiden: als een verzameling getuigenissen waardoor de Heilige Geest wil spreken over wie God is en hoe Hij in relatie met mensen wil leven.

De Kerk leeft bij deze norm, de norm waarmee beoordeeld kan worden of zij werkelijk het Evangelie communiceert (zie Dalferth, Wirkendes Wort, 2018, p. 222-224). Leer en verkondiging worden aan de Bijbel als heilige Schrift ‘afgemeten.’ De Bijbel is de ‘maatstaf’ waar we steeds opnieuw naar terugkeren. Meten is weten? Nou, voortdurende interpretatie blijft nodig: een voortdurende omgang met de Schrift. En dankzij de Geest kunnen de woorden in de Bijbel gaan leven en kan er midden in de gemeenschap gezegd worden: hier klinkt het Woord van God.

Ontvangen norm
De canon van de Bijbel is de maatstaf die de Kerk gegeven is om uit te leven. Ze is dus primair een verzameling boeken die de Kerk ontvangt als norm, geen door de kerk gecreëerd instrument om als norm te dienen. Geen kanon dat we smeden, maar een canon die we ontvangen. (H)erkend als gezaghebbend omdat zij getuigt van Jezus Christus.

Tot zover Martine Oldhoff’s reflectie op de canon als norm.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *